Thermonet

Coöperatief wijkwarmtenet · concept in ontwikkeling

Warmte in eigen hand

Thermonet is een concept voor een wijkwarmtenet op bodemtemperatuur, in eigendom van een coöperatie. Een leiding onder de straat, een kleine warmtepomp per woning, en een gedeelde bron in de grond. Verwarmen in de winter, koelen in de zomer, met een beperkte investering voor de bewoner.

100%

onafhankelijk — daar zijn we naar onderweg

75–80%

minder energie dan verwarmen op gas

20 °C

binnen, het hele jaar door — verwarmen én koelen

≈ 5

rendement (COP), berekend — een luchtwarmtepomp haalt op een koude dag ≈ 3

Het basisprincipe

Schets van het net: woningen met een binnenunit en een kleine buitenunit, een warme en een koude leiding onder de straat, en bodemlussen. Pijlen tonen de stroomrichting in winter of zomer. straat bodem woning woning woning woning bodemlus bodemlus bodemlus warm koud winter · verwarmen zomer · koelen
warme leiding koude leiding bodemlus buitenunit (compressor) binnenunit
Onder de straat liggen twee leidingen, allebei rond de tien graden en een paar graden van elkaar verschillend. De buitenunit naast de gevel bevat alleen de compressor; de binnenunit brengt de warmte in huis, als warme lucht of via de vloerverwarming. In de winter haalt de warmtepomp warmte uit de warme leiding en geeft het afgekoelde water terug aan de koude leiding; de bodemlussen warmen dat water in de grond weer op.In de zomer draait het om: de woning koelt, vrijwel gratis, en de warmte uit huis gaat via de warme leiding en de bodemlussen de grond in, waar hij in de winter deels weer van pas komt. Elke lus voedt een handvol woningen; bronnen worden bijgeplaatst naarmate meer woningen aanhaken.

Het idee in één alinea

Dezelfde techniek, een betere bron

Een warmtepomp is een opmerkelijke machine: hij maakt geen warmte maar verplaatst die, en levert daardoor drie tot vijf keer meer warmte dan de elektriciteit die erin gaat. Alleen laten we hem meestal uit de verkeerde bron putten. Een gewone warmtepomp haalt zijn warmte uit de buitenlucht, en die is het koudst precies wanneer je hem het hardst nodig hebt. Thermonet legt een leiding onder de straat waar het hele jaar rond een graad of tien in zit, en geeft elke woning een kleine warmtepomp die daar zijn warmte uit haalt. Dezelfde techniek, een eenvoudiger apparaat. En omdat er geen lucht meer door hoeft, is het kastje buiten klein en stil in plaats van groot en hoorbaar.

Wat het oplevert

De voordelen op een rij — voor de bewoner, en voor de wijk als geheel.

Efficiënt, ook als het vriest

De bron onder de straat is het hele jaar ongeveer tien graden, dus het rendement blijft ook op een februariochtend op peil: indicatief rond de vijf in plaats van rond de drie.

Klein en stil buiten

Geen ventilator en geen koelribben. De buitenunit is compact, nauwelijks hoorbaar en makkelijk weg te werken.

Past ook waar het anders niet kan

Rijtjeswoningen en appartementen hebben zelden ruimte voor een luchtwarmtepomp met vrije luchtstroom. Aan een bronnet kunnen ze wél mee.

Koelen in de zomer, vrijwel gratis

Via dezelfde leiding. De warmte die het huis uit gaat, gaat de bodem in en komt in de winter deels weer van pas.

Beperkte investering vooraf

Bron, leidingen en apparatuur worden grotendeels door de coöperatie gefinancierd. De bewoner draagt maar een beperkt deel zelf.

Eén maandbedrag, inclusief service

Warmte, apparatuur en onderhoud zitten in hetzelfde bedrag. Geen aanschaf, geen onverwachte reparatierekening.

Lagere en stabielere maandlasten

De maandlasten bestaan uit twee delen: de elektriciteitskosten en het vaste bedrag aan Thermonet voor warmte, apparatuur en service. Het Thermonet-deel staat los van wat er in de wereld gebeurt. De elektriciteitskosten zijn nog wel variabel, maar hoe meer groene elektriciteit we kunnen inzetten, hoe onafhankelijker het systeem wordt. Indicatief: ongeveer 122 euro per maand in de eindsituatie, tegenover ongeveer 199 euro voor blijven stoken op gas.

Minder afhankelijk van het buitenland

De woning heeft vier tot vijf keer minder energie nodig, en wat overblijft is elektriciteit: de enige energiedrager die Nederland in beginsel zelf kan opwekken.

Minder piek op het elektriciteitsnet

Op de koudste dag vraagt een wijk met een bronnet minder vermogen dan een wijk vol individuele luchtwarmtepompen. Het verschil is bescheiden, maar bij netschaarste kan het doorslaggevend zijn.

In collectief eigendom

De coöperatie werkt kostendekkend in plaats van winstmaximaliserend, en het net blijft van de mensen die het betaald hebben.

De genoemde bedragen en rendementen zijn berekend, niet gemeten. Wat er niet bij hoort te staan — zoals "dit lost netcongestie op" of "altijd goedkoper" — leggen we uit bij hoe het werkt.

Drie bezwaren die je in je eentje niet oplost

Nederland gaat van het gas af en komt vrijwel overal uit bij de warmtepomp. Terecht, want de techniek is uitstekend. Maar in de vorm waarin hij in een woonwijk terechtkomt — een individuele luchtwarmtepomp per woning — kleven er drie bezwaren aan.

Bezwaar 1

Minder efficiënt juist wanneer je hem het hardst nodig hebt

Onder de straat is het het hele jaar ongeveer tien graden. Boven de straat is het op een februariochtend min twee. Een luchtwarmtepomp moet zijn warmte uit die koude lucht halen, precies op het moment dat het huis het meeste vraagt. Het rendement zakt weg, er gaat vermogen verloren aan ontdooien, en vaak springt er een elektrisch element bij. En dat gebeurt bij alle woningen in de straat tegelijk.

Bezwaar 2

Het verandert het geluid van de wijk

Elke woning krijgt een kast ter grootte van een koelkast tegen de gevel of in de tuin, met een ventilator erin. Die is hoorbaar, zeker 's nachts, en moet voldoen aan een wettelijke grens van 40 decibel bij de buren. In een straat met dertig van die kasten telt dat op.

Bezwaar 3

De ruimte is er vaak niet

Zo'n unit heeft vrije luchtstroom nodig en dus vrije ruimte eromheen, op een plek die niet onder een slaapkamerraam of tegen de schutting van de buren ligt. In rijtjeswoningen en appartementen — waar een groot deel van Nederland woont — is die plek er vaak simpelweg niet.

De omkering

Die drie bezwaren komen allemaal uit dezelfde bron voort, letterlijk: de buitenlucht. Dus draaien we de vraag om. Wat gebeurt er als je de warmtepomp een betere bron geeft?

Een gedeelde leiding onder de straat, gevuld met water op bodemtemperatuur, neemt alle drie tegelijk weg. De bron blijft warm wanneer het buiten koud is, dus het rendement blijft op peil. Zonder luchtwarmtewisselaar heeft de buitenunit geen grote koelribben en geen krachtige ventilator meer nodig, dus wordt hij klein en stil. En zonder eisen aan luchtstroom kan hij ergens weggewerkt worden.

Dat is de kern van het verhaal: techniek die eindelijk goed wordt toegepast. Niet opoffering, niet moeten.

Warmtevraag en buitentemperatuur door het jaar

De warmtevraag van een woning is het hoogst in de wintermaanden, precies wanneer de buitenlucht het koudst is. De bodem onder de straat, en daarmee het net, blijft het hele jaar rond de tien graden. 0 °C 5 °C 10 °C 15 °C 20 °C jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec bodem en net ±10 °C buitenlucht koudste maanden, hoogste warmtevraag warmtevraag per maand (staven, indicatief) gemiddelde buitentemperatuur
De warmtevraag is het hoogst precies wanneer de buitenlucht het koudst is: de twee lopen in tegenfase. Een luchtwarmtepomp put dus uit zijn slechtste bron op het moment dat het huis het meeste vraagt. De bodem onder de straat, en daarmee het net, blijft het hele jaar rond de tien graden. Warmtevraag indicatief op basis van graaddagen; buitentemperatuur: KNMI, De Bilt, langjarig gemiddelde 1991–2020.

Waarom dit ertoe doet

Elke kuub gas die we niet verbruiken is geld dat hier blijft

Nederland haalde in 2025 zevenenzeventig procent van zijn energie uit het buitenland. Wie die energie levert verandert bovendien sneller dan enig plan kan bijhouden: Rusland leverde in 2021 nog ruim een vijfde van onze energie-invoer en vier jaar later minder dan drie procent. Dat is geen abstracte statistiek. Het betekent dat een groot deel van wat een huishouden aan verwarming uitgeeft het land verlaat, en dat de hoogte van die rekening wordt bepaald door gebeurtenissen waar niemand hier invloed op heeft.

Bron: CBS, Nederland meest afhankelijk van energie uit VS, 29 juni 2026.

Elke kuub gas die we niet verbruiken is dus geld dat hier blijft en een afhankelijkheid die we niet hebben. De referentiewoning in onze berekening stookt zo'n 1.300 kuub per jaar — ruim achttienhonderd euro. Via Thermonet heeft dezelfde woning vier tot vijf keer minder energie nodig, en wat er overblijft is elektriciteit: de enige energiedrager die Nederland in beginsel zelf kan opwekken.

Dat vraagt samenwerking, en dat is geen ideologische voorkeur. Een huishouden met een ruime kavel en een fors eigen budget kan een complete eigen bodeminstallatie laten aanleggen. Voor de meeste woningen is dat geen begaanbare weg: geen ruimte, geen budget, of huurder in plaats van eigenaar. Samen kan wel wat alleen niet lukt — de boringen komen in de openbare ruimte in plaats van in tuinen die er te klein voor zijn, er komt één boorbedrijf in plaats van tientallen, en ontwerp en vergunningen worden één keer geregeld voor de hele straat.

De investering voor de bewoner blijft beperkt

Een warmtenet aanleggen kost geld dat de bewoner niet heeft — en juist de mensen voor wie dit het meeste zou betekenen, hebben het minst te investeren. Daarom is het model omgedraaid, naar het voorbeeld van coöperaties die grond in collectief eigendom brengen: mensen door het hele land kopen een certificaat omdat ze het doel steunen. Van dat geld worden de bron, de leidingen en de apparatuur betaald. De bewoner in de wijk investeert maar beperkt en betaalt een vast bedrag per maand voor warmte, apparatuur en service.

Lees meer over het eigendomsmodel →

Kapitaal

Certificaathouders door het hele land, zonder rendement

Eigendom

De coöperatie bezit bron, net en apparatuur — kostendekkend

Gebruik

Bewoners betalen één maandbedrag voor warmte, apparatuur en service

Waar we staan

Een concept in ontwikkeling — en dat zeggen we zo

Er is nog geen pilotwijk, nog geen woning die op een net is aangesloten en nog geen definitieve businesscase. Wat er wel is: een technisch idee dat klopt, een eigendomsmodel waarvan de hoofdlijn vaststaat, een aantal doorgerekende voorbeelden — en een eerste warmtepomp die op dit moment in eigen beheer wordt gebouwd, om te kunnen meten wat de machine werkelijk doet in plaats van het te berekenen. Alle bedragen op deze site zijn berekend, niet gemeten.

Meedenken of meedoen? Neem contact op →