Thermonet

ZLT-net uitgelegd: wat een zeer-lagetemperatuur-warmtenet is

Een ZLT-net is een zeer-lagetemperatuur-warmtenet: een leiding in de straat met water van ongeveer tien graden, waar elke woning met een eigen kleine warmtepomp warmte uit maakt en in de zomer koude aan kwijt kan. Het is de jongste generatie warmtenet, internationaal de vijfde (5GDHC), en het werkt wezenlijk anders dan de warmtenetten die de meeste mensen kennen. Op deze pagina leggen we uit wat een ZLT-net is, waarom de temperatuur zo laag is, wat je eraan hebt en wat het van je vraagt.

Wat “zeer lage temperatuur” betekent

Bij een klassiek warmtenet stroomt heet water van een centrale bron naar de woningen; onderweg gaat een deel van de warmte verloren en in huis wordt het water direct in de radiatoren gebruikt. Bij een ZLT-net stroomt er lauw tot koud water door de straat, meestal tussen de 5 en 25 graden. Dat water is zelf niet warm genoeg om een huis te verwarmen. Het is de bron voor een warmtepomp in elke woning, die er met een beperkte hoeveelheid elektriciteit comfortabele warmte van maakt.

Generatie Watertemperatuur Waar de warmte wordt gemaakt Koeling
1e en 2e (stadsverwarming, twintigste eeuw) stoom, later ruim boven 100 °C centraal nee
3e, middentemperatuur (MT) 70 tot 90 °C centraal nee
4e, lagetemperatuur (LT) 40 tot 60 °C centraal, soms bijverwarmd in huis zelden
5e, zeer lage temperatuur (ZLT) 5 tot 25 °C, Thermonet rond 10 °C in de woning, met een eigen warmtepomp ja, via dezelfde leiding

De grens ligt niet scherp; in de praktijk wordt “zeer lage temperatuur” gebruikt voor alles onder ongeveer 30 graden. Andere namen voor hetzelfde idee zijn bronnet, koude-warmtenet en 5GDHC (fifth generation district heating and cooling).

Hoe een ZLT-net werkt

Een ZLT-net bestaat uit vijf onderdelen die je in elk ontwerp terugziet.

  1. Een bron op lage temperatuur. Bij Thermonet is dat de bodem onder de straat, die het hele jaar rond de tien graden is. Andere ZLT-netten gebruiken oppervlaktewater (aquathermie), rioolwater of restwarmte van een supermarkt, datacenter of bedrijf.
  2. Het net. Twee ongeïsoleerde kunststofleidingen in de straat, een iets warmere en een iets koudere. Omdat het water nauwelijks warmer is dan de grond eromheen, gaat er onderweg vrijwel geen warmte verloren.
  3. Een warmtepomp per woning. Een compacte buitenunit met een compressor haalt warmte uit het netwater en brengt die naar de gewenste temperatuur. Geen ventilator, geen koelribben, geen ontdooicyclus.
  4. Afgifte op lage temperatuur. Vloerverwarming of een binnenunit met warme lucht. Hoe lager de afgiftetemperatuur, hoe minder elektriciteit de warmtepomp nodig heeft.
  5. Uitwisseling. In de zomer draait het om: de woning geeft warmte af aan het net en wordt gekoeld. Die warmte gaat de bodem in en komt in de winter deels weer van pas.

Een uitgebreidere uitleg met schetsen van de bron, het net en de warmtepomp staat op Hoe het werkt.

Waarom de temperatuur zo laag is

Het lijkt onlogisch om koud water door een warmtenet te sturen. De lage temperatuur is juist de kracht van het concept, om vier redenen.

  • Vrijwel geen verlies. Een net op 80 graden verliest onderweg een flink deel van zijn warmte aan de grond, ook met dikke isolatie. Een net op 10 graden verliest niets, want de grond is even warm.
  • Goedkopere leidingen. Ongeïsoleerde kunststof in plaats van geïsoleerd staal. Dat scheelt in aanleg en in onderhoud.
  • Elke bron telt. Bronnen van 10 tot 25 graden zijn overal: de bodem, sloten, riolen, koelinstallaties. Bronnen van 80 graden zijn schaars en meestal fossiel.
  • Koeling erbij. Een net op lage temperatuur kan in de zomer warmte opnemen. Een klassiek warmtenet kan dat niet.

De prijs van die lage temperatuur is dat de laatste stap in de woning moet gebeuren. Daar staat een warmtepomp, en die gebruikt elektriciteit. Hoe klein die stap is, bepaalt hoe zuinig het geheel wordt: van 10 naar 30 graden vraagt ongeveer veertig procent minder elektriciteit dan de stap die een luchtwarmtepomp op een koude dag moet maken, van min twee naar vijfenveertig graden.

Wat je eraan hebt

  • Vier tot vijf keer minder energie dan verwarmen op gas, en wat overblijft is elektriciteit: de enige energiedrager die Nederland zelf kan opwekken.
  • Efficiënt, ook als het vriest. De bron blijft tien graden, ongeacht het weer. Een luchtwarmtepomp put juist op de koudste dag uit zijn slechtste bron.
  • Het hele jaar door 20 °C. Verwarmen in de winter, koelen in de zomer, via dezelfde leiding en vrijwel zonder extra kosten.
  • Minder last van netcongestie. Minder vermogen op piekmomenten, en warmtepompen die gespreid kunnen draaien omdat de vloer en het net warmte vasthouden.
  • Nauwelijks onderhoud en geen lawaai. Een compacte buitenunit zonder ventilator, die ergens weggewerkt kan worden.

Wat het van je vraagt

Een ZLT-net is nooit een één-op-één vervanging van gas, en dat zeggen we liever vooraf dan achteraf.

  • Lage afgiftetemperatuur. Vloerverwarming of een binnenunit met warme lucht werkt het best. Bestaande radiatoren op 70 graden passen niet zonder aanpassing.
  • Apparatuur in en om het huis. Een buitenunit en een binnenunit, ook al zijn ze compact.
  • Warm tapwater. Douchewater vraagt een hogere temperatuur en buffering. In de eerste fase van Thermonet blijft de cv-ketel daarvoor hangen; warm water is fase twee.
  • Een beperkte investering per woning, naast een vast maandbedrag. Hoe dat is opgebouwd staat op Wat het kost.
  • Genoeg woningen dicht bij elkaar. Een net in de straat loont pas als een groot deel van de straat meedoet.
  • Een bron in balans. Wat er in de winter uit de bodem wordt gehaald, moet er over de jaren weer in. Koeling in de zomer helpt, een externe bron zoals restwarmte helpt meer, en ruimer aangelegde bodemlussen vangen de rest op.

ZLT-net, WKO of luchtwarmtepomp?

Drie technieken die vaak door elkaar worden gehaald.

  • Een luchtwarmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht. Geen net nodig, maar de bron is het slechtst als je hem het hardst nodig hebt, en de buitenunit heeft een ventilator en moet ontdooien.
  • Een WKO (warmte-koudeopslag) is een bodemsysteem voor één gebouw of complex, met een centrale warmtepomp. Vooral bij kantoren en appartementen.
  • Een ZLT-net verbindt tientallen tot honderden woningen met dezelfde bron via een leiding in de straat, met een warmtepomp per woning. Het is de wijkvariant van bodemwarmte, waarbij woningen ook onderling via de bodem uitwisselen.

Wat Thermonet anders doet

ZLT-netten zijn in Nederland nog een opkomende techniek, tot nu toe vooral toegepast in nieuwbouw en door commerciële of gemeentelijke warmtebedrijven. Thermonet past het concept toe in bestaande wijken en draait het eigendom om: het net is van een coöperatie, bewoners investeren beperkt, en mensen uit het hele land maken de aanleg mogelijk met certificaten zonder rendement. De prijs is kostendekkend, niet winstgevend. Hoe dat werkt lees je op Samen onafhankelijk.

Verder lezen